Zo meet je trappen op

Ga je een trap plaatsen of renoveren? Dan moet je natuurlijk over de juiste afmetingen beschikken. Je trap moet perfect passen in de ruimte, mooi aansluiten en goed begaanbaar zijn. Je trap goed opmeten is met andere woorden cruciaal. Dat kan trouwens best ingewikkeld zijn, zeker als je er geen ervaring mee hebt. Toch moet het lukken als je de basisbeginselen kent. Hieronder zetten we ze op een rijtje.

zelf je trap opmeten

De op- en aantreden berekenen

Als je de afmetingen van je trap wil bepalen, moet je – zoals bij alles – beginnen bij het begin. Daarmee bedoelen we in dit geval: de op- en aantreden van je trap. De optrede is, zoals je waarschijnlijk wel weet, de hoogte tussen de verschillende treden en wordt geacht ergens tussen 17 en 22 cm te schommelen. De aantrede is de breedte van de treden zelf. Die moet minstens 20 cm bedragen, maar dichter tegen de 30 cm aan is wenselijk.

De steilheid van je trap

De helling van je trap hangt af van de de val (de horizontale ruimte die je trap inneemt) en de hoogte die je trap moet overbruggen. Afhankelijk van hoe de op- en aantreden zich tot elkaar verhouden, zou de steilheid van je trap zich ergens tussen 30 en 40° moeten bevinden. Alle waarden daartussen leveren een vlot begaanbare trap op die de kans op valpartijen beperkt tot een minimum. Een kleine check die je kunt doen: de trapformule. Die gaat als volgt: 2 x O(ptrede) + A(antrede). Als het resultaat zich tussen 570 en 630 bevindt, weet je dat je verhoudingen goed zitten.

Vergeet de trapleuning niet

Ook een degelijke trapleuning is belangrijk. De ideale hoogte schommelt tussen 85 en 95 cm, afhankelijk van hoe groot je bent. De dikte en de diameter mag je trouwens ook niet uit het oog verliezen. Met een gemiddelde diameter tussen 33 mm en 43 cm zit je doorgaans goed.