De perfecte trap voor een jaren-30-woning? Die ziet er zo uit!

Maar weinig huizen zijn zo charmant als de woningen uit de jaren dertig. Prachtige glas-in-loodramen, luxueuze lambrisering in de traphal, sublieme rozetten aan het plafond, … Je kunt het zo mooi niet bedenken of de doorsnee jaren-30-woning heeft het wel huis. Een blikvanger die nagenoeg alle woningen uit de periode gemeen hebben is een traphal met een statige houten trap, die meteen alle aandacht trekt zodra je de woning binnenkomt. Ben jij de trotse eigenaar van zo’n typische jaren-30-trap, maar is die nodig aan renovatie toe? Say no more!

jaren 30 trap

De klassieke jaren-30-trap

De klassieke jaren-30-trap is natuurlijk een houten trap. Hij ziet er op het eerste gezicht eenvoudig uit, maar vergis je niet: de trapspijlen en de trapbomen zijn gewoonlijk afgewerkt met gedetailleerde groefjes. Vaak zit er onder elke trede ook een neuslat. De trap zelf is gesloten en meestal geschilderd met hoogglansverf.

Houten trap met een trendy toets

Toch hoef je je niet tot in de details aan de tradities van vroeger te houden. Je oma zou vroeger niet getwijfeld hebben om haar trap met tapijt te bekleden, maar dat is allesbehalve onderhoudsvriendelijk (en gewoon echt niet meer van deze tijd). Bovendien waren de jaren 30 juist zo bijzonder omdat ze een kantelmoment waren tussen traditie en modernisme. Geef je traditionele trap dus gerust een trendy toets! Denk bijvoorbeeld aan een houten trap met een stalen leuning of een leuning van leer. Of wat dacht je van avant-garde LED-verlichting verwerkt in de treden?

Tip: elke Upstairs trap heeft een bijpassende leuning, maar je kunt verschillende collecties ook door elkaar mengen.

Maak je traphal nog chiquer met lambrisering

Helemaal mooi wordt het als je in je jaren-30-woning prachtige lambrisering naast de trap aantreft. Is die hier en daar beschadigd? Verwijder het paneel vooral niet, maar laat het gewoon herstellen! Vervolgens schilder je de lambrisering in dezelfde kleur als de trap, zodat de trap en muur mooi – en o zo heerlijk ouderwets – in elkaar overvloeien.